In het midden van het mooie plein in een dorpje in de Kempen staat een metershoge spar. Ieder jaar, rond Kerstmis, wordt de boom versierd met duizenden lampjes en kerstballen. Na verloop van tijd merkten de inwoners dat er iets scheelde met hun spar.

“Dat kan toch niet.” zeiden de parochianen. Maar het kon wel. De boomdokter en zelfs de boomchirurg konden niets meer doen. Hij moest afgezaagd worden. Er werden regelmatig vitamines en medicijnen toegediend zodat hij in het voorjaar toch wel nieuwe takken zou krijgen. Maar er was niets dat de boom terug deed groeien. De schooldirecteur, de parochiepriester, de notaris, de twee dokters, zelfs de bisschop en nog enkele belangrijke personen zaten uren en uren rond de tafel om het probleem te bespreken. Iedereen babbelde door elkaar en niemand hoorde eigenlijk wat de anderen zeiden. De bisschop stond recht en zei tegen de belangrijke heren: “Wanneer is die boom precies ziek geworden?” Iedereen dacht diep na.

“Ik geloof dat de boom heel ernstig ziek geworden is, net voor de advent.” antwoordde de dokter.

“Ik heb zo’n blauw vermoeden waar je naartoe wilt” zei de notaris. “Je wilt het ziek worden van de boom naar Kerstmis toeschuiven.” “Inderdaad, hebben jullie de laatste jaren nog iets gehoord of gezien in de media over ‘vrede’?” “Neen” antwoordde iedereen in koor. “Het is niets anders dan oorlog hier en terreur daar, vooral in het Zuidoosten en ondertussen ook al in Europa. Vooral op plaatsen waar veel mensen samen zijn. Mannen, vrouwen en kinderen worden lukraak vermoord.” sprak de schooldirecteur.

“We moeten werken rond vrede. Als we in België en in de wereld overal spandoeken plaatsen met het woordje VREDE op. We trachten de sociale media achter ons te krijgen, dan zijn we al een eind op de goede weg.” De apotheker vroeg aan de schooldirecteur: “Denk je dat op deze manier de terreur of het leger van Assad doet stoppen? Noch de politie, noch het leger kunnen het oplossen. De regeringsleiders kunnen druk uitoefenen, maar ook zij staan met de rug tegen de muur. Dream on,” zou ik zeggen. De burgemeester opperde: “Wij kunnen hier niets aan doen. Er zit niets anders op dan alles op zijn beloop te laten. We hebben andere dingen aan ons hoofd die belangrijker zijn. Morgen moeten wij nog bespreken hoe we meer geld in de gemeentekas krijgen. Het zal een zware vergadering zijn.” Zo had iedereen wel iets belangrijks te doen. Over het woordje ‘vrede’ werd er niet meer gesproken. Jaren bleef de boom zonder maar één enkel takje en zonder versiering. Niemand bekommerde er zich nog om.

Toen de burgemeester al een heel oude man was, zag hij een klein takje groeien en mompelde. “Ik zal wel verkeerd gekeken hebben, mijn ogen zijn al oud en ik zie ook niet meer zo goed.” De nieuwe schooldirecteur kende het hele verhaal over de spar. Hij liep er langs en zag al verschillende takjes groeien. “Dit moet een wonder zijn.” Hij riep zijn parochianen bij elkaar. Het hele dorp kwebbelde door en met elkaar. Een klein meisje wrong zich door de menigte en zei tegen de gemeenschap. “Mensen, er is geen wonder gebeurd. Wij hebben op school geleerd dat als je iets goed doet voor je medemens dat je dan een zaadje van een stukje vrede in je hart hebt. En als heel veel mensen dat doen, dan zijn er vele nieuwe zaadjes. Ik ga iedere week boodschappen voor het oude vrouwtje doen. Ze zit momenteel in een rolstoel.”

Iedereen zweeg en ging naar huis. Ze vroegen zich af wat zij als goede daad konden doen. Alle dorpelingen kwamen kijken of er een takje bijkwam als zij iets goeds voor een ander gedaan hadden. En warempel, de spar groeide en groeide.

“Ik heb de ruzie bijgelegd met de buurman en nu kaarten we samen.”

“Ik heb mijn dochter en haar kind met open armen ontvangen. We hebben alles uitgepraat en alles is nu weer goed.”

“Ik heb de trein van mijn broer terug gemaakt, nu rijdt hij weer.”

En zo had ieder een eigen verhaal.

Zoek eerst naar het zaadje, het lichtje in je eigen hart en doe er iets goed mee. Dan kan ieder jaar een glinsterende en flikkerende kerstboom het huis verlichten. We moeten de vrede niet gaan verkondigen, we moeten ze in onszelf meedragen. Het goede dat in ons hart zit delen met anderen, elkaar vertrouwen schenken en elkaar liefhebben.

Dát is Kerstmis.