7. Een mevrouw en haar werkster.

 De situatie

Iedere vrijdag komt bij de familie Peeters de werkster van ‘Poetsdienst in Huis’. Het is een Fins meisje van 20 jaar, Marjaana. Omdat ze het Nederlands niet erg machtig is heeft ze niet veel keuze in het vinden van werk volgens haar diploma communicatie. Nu is ze dus een interieurverzorgster of met andere woorden: een poetsvrouw. Mevrouw Peeters heeft haar de eerste dag uitgelegd wat ze allemaal moet doen op de zes uren dat ze werkt. Na vier weken vindt mevrouw toch wel dat er iets niet klopt en dat begint danig op haar zenuwen te werken. Ze roept Marjaana op het matje.

“Marjaana, kun je even komen? We hebben het een en ander te bespreken.” “Ja, mevrouw, ik kom.” Na vijf minuten is ze er eindelijk.

“Marjaana, wat vind je van je werk hier? Is het teveel voor je om alles op de afgesproken zes uren schoon te maken?” “Het is ene grote huis en ik werk hard. Omdat die hond er is, moet ik lang stofzuigen.” “Maar we hebben toch een stofzuiger met een speciale borstel voor dierenharen. Jij gebruikt die oude stofzuiger die boven staat, die is niet geschikt daarvoor.” “Ik kan met die beter werken.” “Je weet toch dat we nu speciaal stofzuigerzakken moeten kopen” sprak ze nu een beetje harder. “Ja, mevrouw!”

“Dan nog de belangrijkste vraag: waarom kom jij steeds te laat? Je gaat je omkleden, je zet het internet op, zoekt op je IPhone wat je wil hebben. En dan is het negen uur, ruim een half uur later!” “Er zijn werken aan de weg en dan kan ik niet op tijd zijn.” “Dat begrijpen we. Je moet thuis een kwartier vroeger vertrekken. Je hebt toch een eigen auto? Na die weken kun je er toch al rekening mee houden. En dan nog iets: om kwart voor drie begin je alles op te ruimen én je vertrekt stipt om drie uur. Je werkt dus maar vijf en een half uur.” “Ik weet, mijn man moet eten hebben als hij komt thuis.” “Marjaana, we hebben twee mogelijkheden: ofwel vertrek jij ’s morgens vroeger naar hier, ofwel moeten wij iemand anders zoeken. Jij hebt de keuze. En wij betalen je zes uren, enkel en alleen voor de benedenverdieping, want verder geraak je niet.”

“Ik weet mevrouw, ik vertrek vroeger in de morgen. Ik probeer half negen om hier te zijn.” “Jij bent om 8.15 uur hier en dan heb je nog een kwartier. Begrijp je dat?” “Ja, mevrouw, ik doe dat. Tot volgende week om 8.30 uur.

“Rij voorzichtig!”

En daar zaten wij weer in een huis dat maar weer voor de helft proper was.

 

 

8. Een marktkoopman en zijn klant.

De situatie

 Eddy staat al jaren op de markt. Hij verkoopt handtassen. Zijn klant is Mariette en ze wil net die handtas die hij vorige week bij had, maar deze week niet.

“Mijnheer, heb je ook lederen rood-bruine handtassen? Je had die vorige week bij.”

“Jazeker mevrouw, maar noem me alsjeblieft Eddy. Zo kent iedereen me hier.”

“Dat is afgesproken, als jij me Mariette noemt. Eddy, ik wil een rood-bruine-slangenlederen handtas hebben van zeven cm breed, vijfentwintig cm lang en twaalf cm hoog.” “Amaai zeg, je weet wel wat je wilt”. Je moest eens weten, dacht ze. “Sorry, ik heb niet echt bij me wat je me nu vraagt, maar hier, deze lijkt erop.” “Is het nu zo moeilijk wat ik vraag? Trouwens deze is niet goed en bovendien heeft ze korte handvaten.” “En deze dan?” “Die trekt er in de verste verte niet op.”

“Volgende week heb ik gegarandeerd bij me wat jij wilt hebben.” Ik ben eens benieuwd, dacht ze.

“Mag ik je telefoonnummer, dan kan ik je contacteren als ik nog vragen moest hebben.” Hier is mijn kaartje”.

“Tot volgende week, Mariette.” “Tot volgende week, Eddy.”

Ik zal eens een kijkje gaan nemen bij mijn groothandelaar, Marina, dacht Eddy. Zij heeft er zeker nog zo eentje ergens in stock liggen. En die Mariette, een vriendelijke en mooie madame, volgende week vraag ik haar mee voor kopje koffie. Ik ga dan eens een visje uitgooien. Wie niet waagt, niet wint. Dat is toch mijn lijfspreuk.

 

 

9. Twee kleuters vernielen een ruit.

De situatie

Jelte en Fokke, twee neefjes en deugnietjes, van 4 en 5 jaar zijn bij oma op bezoek. Ze kunnen geen twee minuten stil zitten. Ze mogen van oma en opa buiten met de bal spelen. Maar ze moeten voorzichtig zijn want in de serre staan druivenranken. Als deze vruchten rijp zijn maakt oma daar lekkere confituur van. Ze spelen al enkele minuten als Ferdinand, de Leonberger van oma komt aangelopen.

“Ferdinand kom je meespelen met de bal? Maar niet zoals de vorige keer. Toen heb je onze bal kapot gebeten. Heeft opa toen je zakgeld afgenomen?” “Jelte, een hond krijgt geen zakgeld, alleen papa’s en kindjes krijgen zakgeld van mama’s en oma’s. En gooi die bal nu naar hier, zonder dat Ferdinand die te pakken krijgt.”

Maar de Leonberger is natuurlijk veel sneller. En hij heeft als eerste de bal.

“Ferdinand hier! Ferdinand los!” “Amaai, Fokke, hij luistert goed naar jou.” "Ik heb dat van opa geleerd.”

“Jelte, ik ga shotten en jij staat in de goal.” “OK, ik ben klaar, shot maar.” Fokke gaat een paar stappen achteruitloot snel naar de bal en stampt zo hard hij kan naar Jelte. Spijtig genoeg zal de kleuter nooit een grote voetbalster worden. Hij shot de bal meters langs Jelte. Zelfs Ferdinand is te laat.

“Fokke, er zijn ruiten van de serre kapot. De bal ligt tussen de druiven van oma. Wat gaan we nu zeggen tegen oma en opa? We zeggen dat Ferdinand die daar heeft gegooid.” “Jelte, je weet ook dat ze dat niet geloven. We zullen binnen gaan kijken wat er allemaal kapot is.” De twee kapoenen schrikken zich een aap. Er liggen heel veel druivenranken en druiven op de grond. “Fokke? Heb jij dat allemaal gedaan met één shot?” “Kom, Jelte, we gaan ons verstoppen, dan vinden ze ons niet.” “Ja, dat is een goed idee.”

De familie zit gezellig te babbelen. Het valt op dat het in de tuin zo stil is. “Oh, oh, daar moeten we eens gaan kijken. Ik had het wel gedacht: ruiten kapot! Verdorie toch, die twee snotapen! Hoe gaan ze mij dat allemaal terugbetalen? En kijk hier, druivenranken en druiven overal op de grond. Dat had ik nooit verwacht. Jelte en Fokke, komen jullie eens tot bij opa! Wij hebben iets te bespreken.” De neefjes houden zich verscholen en geven geen kik, enkel de stille tranen rollen over hun gezichtjes. Hun opa is kwaad! Hij roept een tweede en derde keer, maar niemand komt uit de schuilplaats.

“Ferdinand, kom eens hier jongen.” Daar komt de hond al aangelopen. Hij zat stilletjes bij de jongens.

Ondertussen is de schuilplaats verraden. Opa en de rest familie zien daar twee wenende en zielige jongens bang en gehurkt zitten. “Ja, jongens, dat gaat jullie een hoop centjes kosten.” “Ja, opa.” “Maar jullie kunnen er ook voor werken. Iedere zaterdag komen jullie naar hier en helpen oma met de druivenranken. Ze moeten gesnoeid worden, ze was er al mee bezig, daarom ligt het hier zo rommelig. En dan moeten jullie niets betalen. Wij doen dat wel, want er waren al enkele ruiten stuk. Jongens, in het vervolg opletten hé!” "Ja opa, dat zullen wee doen. En we moeten ons zakgeld niet afgeven?" vragen ze toch nog met een bevend stemmetje.

Dit verhaal zullen ze nog aan hun kleinkinderen vertellen. 

 

 

10. Film en theatervoorstelling.

 De situatie

De man wilt naar de film gaan, terwijl de vrouw naar de theatervoorstelling wilt gaan.

“Kom Mathilde, ben je klaar om naar de film te gaan?” “Welke film bedoel je, Fliep?” “Meisje toch, ik heb het je al zo dikwijls gezegd. We gaan naar de film ‘Arrival’.“

“Van die film heb ik nog nooit gehoord. Kun je me wat meer vertellen?” “Ja, hoor geen probleem. Als op meerdere plaatsen ter wereld mysterieuze gevaartes uit de ruimte neerdalen, krijgt taalkundige Louise Banks de leiding over een team van specialisten dat onderzoek gaat doen. Terwijl een wereldoorlog dreigt, zoekt Banks samen met natuurkundige Ian Donnelly koortsachtig naar antwoorden. Ze neemt daarbij risico's waarmee ze zichzelf en mogelijk de hele mensheid in gevaar brengt. Het is een dramatische Science Fiction film. Weet je nu genoeg?” “Wie is de regisseur en wie speelt de hoofdrol?” “De regisseur is Dennis Villeneuve en de belangrijkste acteurs zijn: Amy Adams, Jeremy Renner en Forest Whitaker.”

“Oh Fliep, ik vind dat zo erg, ik heb de kaarten al gereserveerd voor het theater.” “Welk stuk spelen ze?” “De affiche is Michael Flatley’s Lord of the Dance met als ondertitel: Dangerous Games.”

”Maar we hebben die optredens al zo dikwijls gezien.” “Ik weet het Fliep, maar dit is weer iets anders. Het is de laatste keer dat ze met dit optreden komen. Kun jij de kaarten niet omruilen om morgen naar de film te gaan?” “OK Mathilde, voor jou doe ik dat.”

“Fliep je bent onbetaalbaar, bedankt dat je dit wilt doen.” “Graag gedaan.”

 

 

11. De antiquair

De Situatie

Simonne en Huberte hebben een kabinet geërfd van hun oma. Omdat zij een klein huisje hebben, kunnen ze er eigenlijk niets mee aanvangen. Wat ze wel weten is dat het kastje veel waard zal zijn. Ze maken, voor de aardigheid, een afspraak met ‘Rijker dan je denkt’ op VTM. Het kabinet werd op 9 500 euro geschat. Het was een meubel waarop je de stempel van Matisse nog duidelijk kon lezen. Ze schreven het kabinet met foto diezelfde dag nog op tweedehands.be met prijs overeen te komen.

“Goedemorgen mevrouw, mijn naam is Kwaegedeur en ik ben antiquair in Leuven.”

“Goedemorgen mijnheer Kwaegedeur.” “Excuseert u me dat ik u zo vroeg stoor. Ik heb uw advertentie van het kabinet op het internet zien staan. Hebt u het prachtig meubel al verkocht?” “Nee mijnheer, het kabinet is nog niet verkocht”, zei Huberte. “Mevrouw, ik zou het heel graag van u kopen voor de mooie prijs van 1 800 euro." “Ik denk het niet, mijnheer.”  "Ik heb het meubel niet eens gezien en zal er u 2 000 voor geven.” “U stijgt wel enorm snel met uw prijs.”  “Inderdaad, ik ben verliefd op dat meubeltje geworden op het ogenblik dat ik het zag staan. Dat is de reden waarom ik zo snel durf te stijgen met mijn prijs. U zou me daarmee een zeer gelukkig man maken.”

Huberte en Simonne gaan samen met de antiquair naar het meubel kijken.

“Wat denkt u ervan als ik de prijs verhoog?” “Met hoeveel?” “Ik geef er u 3 000 euro voor.” “Hmm, wij hebben zo’n blauw vermoedden dat u ons ferm in het zak zet. U weet wat dit stuk waard omdat uw kennersoog de naam ‘Matisse’ reeds gezien heeft. U denkt dat wij dat niet weten. Als we eens beginnen met 18 000 euro?” “Wablief? Dames, ik ben een eerlijke zakenman. Ik krijg het nooit verkocht voor zoveel geld.”

“OK, geen enkel probleem, dan houdt hier het gesprek op. Volgt u me mee naar buiten?” “En als ik het bod verhoog tot 5 000 euro?” “Wat denkt u trouwens van 15 000?” “Geen denken aan. Ik geef er 7 000 euro voor en geen cent meer. Dat is mijn laatste bod.” "Tot ziens, mijnheer. U kan steeds terugkomen als u tot inzicht gekomen bent. “  “Ok, ik geef er 10 000 voor.” “Prima, u komt in de buurt voor 12 000.” “Ik geef er nu 11 000 cash voor. Ik ga in ieder geval niet hoger.”

“Ok mijnheer Kwaegedeur, dat vind ik een eerlijke deal.”

De antiquair betaalde de afgesproken prijs. Huberte had blufpoker gespeeld en ze had het gehaald én de zakenman was op zijn plaats gezet. Hij had hen maar niet moeten aanzien als domme ganzen. Voor een meubeltje dat zij eigenlijk niet nodig hadden en waar ze geen emotionele binding mee hadden, hadden ze toch voor een mooi spaarcentje van 5 500 euro onderhandeld.

 

 

12. Een leven als God in Frankrijk

“Gerda, je moet het me niet zeggen. Ik weet het: onze derde hond, Tycho, heeft hier ook een leven als god in Frankrijk. Hij kan gaan, staan en liggen waar hij maar wilt. Een hondenleven noemen ze dat. Naarmate onze honden kwamen en gingen, mochten en mogen ze meer en meer.” Ocharm onze eerste hond, Xasha, een Berner Sennenhond. Hij kwam uit de auto en moest van William recht zijn hondenhok in. Omdat wij weinig of niets kenden van dit ras, geloofden we andere mensen.

“Maar toen is de eerste Leonberger, Filou, gekomen was ik alweer wat wijzer geworden. Ik had de ren verkocht, nu kon er geen hond meer naar buiten. Hij moest en zou een gedeelte van ons gezin worden.” Was het geluk bij een ongeluk dat onze Xasha zwaar ziek werd? In ieder geval, van toen af hielden we Xasha binnen bij ons. Nooit zal er nog een hond buiten slapen. “Ja Gerda, een hond is een roedeldier en die maken deel uit van een gemeenschap, mens of dier. Hij zal je altijd beschermen.”

“Maar daar heb je toch zoveel vuil en haren van!” “Ik weet het, maar de dankbaarheid en de liefde dat je van zo’n dier krijgt, weegt niet op tegen de dagelijkse schoonmaak. Er zijn natuurlijk personen die een heel andere mening hebben dan wij. Iedereen doet daarmee wat hij of zij het beste vindt. En wij zijn trouwens niet de enigen die zo redeneren. Wist je dat op er TV een zendtijd is, die speciaal voor honden gemaakt is. De bekende Engelse honden fluisteraar, Victoria Stilwell op National Graphic, staat honderd procent achter dat programma: ‘Dog TV’. Ik heb haar daar al verschillende keren gezien. Persoonlijk vind ik er niets aan, maar ik laat je raden waar Tycho tijdens die uitzending is. Zodra jij je Leonberger hebt, kom ik kijken. Ik ben benieuwd hoe je dan gaat spreken. Ik wed er een maxi Moët et Chandon op, dat die kleine beer ook bij jou zal binnenblijven.” “Dat is nu eens dé perfecte afspraak.”

”Gerda, zet de bubbels maar al koud, dan moet ik dat zelf niet meer doen.”