1. De kapper en zijn klant

 De situatie

Kapper Quinten krijgt een telefoontje van één van zijn trouwe klanten, Elisabeth, om een afspraak te maken.

“Goedemorgen, kapsalon Hairoloog, met Quinten. Waarmee kan ik u van dienst zijn?” “Goedemorgen Quinten, je spreekt met Elisabeth.” “Hallo Elisabeth, je wilt ongetwijfeld graag een afspraak.” “ Wat een vraag, Quinten, waarom denk je dat ik anders telefoneer?” “Ah, om mijn armzalig zelfstandig pensioentje een flinke boost te geven!” “Haha, dan moet ik iedere dag komen om mijn haar te laten verzorgen. Wanneer kan ik terecht bij jou?” “Wat moet er gebeuren aan je haar?” “Ik zou ze graag gekleurd hebben zoals de vorige keren, met dat speciale rood dat je voor mij gemaakt hebt.” “Elisabeth, moet ze ook geknipt worden?” “Neen, ik weet nog niet wat ik moet doen, ik ga nog even afwachten en er nog een tijdje over slapen.” “En wassen en drogen?” “Ja, natuurlijk, ik kan toch moeilijk met mijn haar vol rode verf naar huis gaan!” “Jij hebt toch overal een antwoord op, nietwaar?” “Inderdaad! Ik kan nooit zwijgen.” “OK, ik zal in mijn agenda kijken.” Quinten kijkt in zijn agenda, terwijl Elisabeth wacht. “Past volgende week woensdag om 13.30 uur voor jou?” “Ja hoor, dat past perfect. Ik noteer het onmiddellijk. Dus tot volgende week woensdag om 13.30 uur.” “Tot dan, Elisabeth.”

 

2. Boze schoonzoon en schoonmoeder

De situatie

De 32-jarige, Gert-Jan gaat boos naar zijn schoonmoeder, Marja, omdat zij zich steeds moeit met hun leven en vooral met de opvoeding van de kinderen.

“Marja, wanneer ben jij het laatst bij ons thuis geweest?” “Gisteren ben ik bij jullie geweest.” “En hoelang heeft dat bezoek geduurd?” “Niet zo heel lang, van 13.00 uur tot 17.00 uur.” “Ja Marja, inderdaad en zo gaat dat IEDERE dag. Ik ben dat gewoon kotsbeu!”(.) “Maar Gert-Jan, ik kom toch alleen maar helpen.” “Noem jij dat helpen, ik noem dat bemoeizucht.” “Ik vind, dat jij een grote bullebak bent, Gert-Jan.” “Een bullebak? Wat bedoel je daar nu weer mee, Marja?” “Jij doet niets anders dan op je kinderen en je vrouw vitten.” “Waar haal je dat fabeltje nu weer vandaan?” “Is het niet waar soms, ik het zelf gehoord en gezien.” “Marja, je moet eindelijk eens stoppen met altijd leugens over mijn familie rond te strooien!” “En ik vind wel dat jij op je woorden moet letten, als je tegen een oudere dame spreekt.“ “Je stookt Max en Sam tegen me op, hun eigen papa, en nu heb je je giftige pijlen op je eigen dochter gezet, hoe durf je?” “Mijn dochter, Louise, heeft daar nooit iets van gezegd. Zij vindt het leuk als haar moeder komt.” “Heb jij oogkleppen op? Ze loopt op haar tandvlees als jij weer in ons huis bent.” “Gert-Jan, Louise heeft me daar nooit iets over gezegd. En mijn kleinkinderen geven me een zoen en gaan dadelijk naar boven om hun huiswerk te maken.” “Ook woensdagnamiddag? Dan hebben ze geen huiswerk! En natuurlijk zegt Louise niets tegen jou. Ze kan haar eigen moeder de les toch niet spellen.” “En waarom niet, Gert-Jan?” “Domme gans, moet ik het nog eens zeggen of er tekening bij maken? Marja, jij blijft in de toekomst in je eigen huis. Oh ja, voor ik het vergeet: we hebben alle sloten laten vervangen. Trek je conclusie maar. Mijn vrouw, úw dochter, staat achter mijn besluit.” “Gert-Jan, ga jij maar naar je vrouw en kinderen. Je moet ferm afkoelen, stomme zak. Je hebt hier niets meer te zoeken.” “Inderdaad ‘schoonmamaatje’ ik ben hier weg!”

Gert-Jan rijdt naar huis. Stilaan zwakt zijn boze bui af.
Marja blijft verward achter, vechtend tegen haar tranen. Ze heeft er zich bij neergelegd en de verstandhouding tussen oma, dochter en kleinkinderen gaat beter als ooit er voor

 

3. De leraar en enkele studenten

 De situatie

De Amerikaanse verkiezingen hebben de hele wereld bezig gehouden. Ook de leraar, de heer Lens, en de tien studenten van het zesde jaar, hebben deze gebeurtenis gevolgd. Op het ogenblik van het klasgesprek was het net de dag voor de verkiezingen van 8 november 2016. De Hilary-aanhangers aan de rechterkant, de Trump-aanhangers gaan links zitten. Iedere groep stelt een moderator aan. Cassandra is woordvoerster voor Hilary en Tycho is de running mate voor Trump.

“Goedemorgen iedereen.” “Goedemorgen mijnheer!” “We hebben een weekje herfstvakantie gehad én een week met maar één groot onderwerp, namelijk de Amerikaanse verkiezingen tussen … ?” In koor wordt geroepen “Hilary en Trump” “Jullie weten toch dat we vandaag een klasgesprek hierover houden?” “Ja mijnheer”

“We zullen Donald Trump maar eerst aan het woord laten, OK? Enkel Cassandra en Tycho voeren het woord, in samenspraak met hun achterban.” ”Mensen, we hebben het gehaald en samen maken we Amerika weer groot!” zei Donald Trump. “Heb je al een plan klaar?” was de vraag van Hilary. “Wat dacht je? Eerst worden alle illegalen het land uitgesmeten!” “Ga je dat met je eigen vliegtuig doen?” “Ik geloof, Hilary, dat jij iets aan je hoofd hebt, ik gebruik legervliegtuigen. Ik kan toch mijn eigen sjiek ingericht vliegtuig niet gebruiken.” “Trump, je hebt ze niet allemaal op een rij. Heb je toevallig nog van die stoere verhalen?” “Dat zijn geen straffe verhalen, dat is pure werkelijkheid. Trouwens Hilary, ik ga ook een muur bouwen tussen Mexico en Amerika, zodat er geen drugs en gespuis meer binnenkomt.” “Hoe denk je die te bouwen?” “Heel simpel: met hun eigen geld.” “Dan moet je toch op Mexicaans grondgebied bouwen. Als de Mexicanen moeten betalen, moet het op Mexicaanse bodem. Dat zal jij toch moeten weten als bouwgoeroe.” “In geen enkel geval, die komt op Amerikaanse bodem, ik heb genoeg expertise om dat te kunnen doen.” “Je gaat de wet veranderen!” “Hilary, het allereerste wat ik ga doen is jou in de gevangenis steken en dan de Obama Care afschaffen.” “Trump, we hebben vernomen dat je goede maatjes bent met Poetin.” “Trouwens Hilary, Europa en de Navo interesseren me helemaal niet en nog veel minder de klimaatconventie. Ik ben hier voor de Amerikanen.” “Ik wil het leven van de Amerikanen verbeteren, maar niet op een achterbakse manier, zoals jij. Je hebt er geen flauw idee van en nog minder ervaring, hoe het is om een land als het onze te regeren. Op het ogenblik dat je een leuke meid ziet, begint er iets te denken wat zeker niet je hoofd is.” “Menslief, de onzin die jij uitkraamt hoort thuis in een psychiatrische instelling.” “Weet je wat, mijnheer Donald STrumpF, de bel voor de speeltijd is gegaan. Blijf jij hier maar staan, want nu zullen jouw mensen ook mij volgen. Ik heb de meerderheid.”

“Jongens en meisjes, ik had het niet beter kunnen bedenken. Geef elkaar maar een applaus. Dat hebben jullie dubbel en dik verdiend.” “Mijnheer, het was dus goed?” “Buiten alle proporties, vet en keigoed, om het in jullie termen te zeggen. Voor iedereen een dikke proficiat! En nu nagenieten op de speelplaats. Hup naar buiten.”

De leraar was zeer gelukkig met zijn ‘altijd-rumoerige’ klas.

Iedereen kreeg een tien op tien.

 

4. Verliefd stel dat meubels gaat kopen

De situatie

Peter en zijn verloofde, Anneleen, hebben uiteindelijk hun huisje gevonden. Het is een huisje met de sleutel op de deur. Maar dat impliceert niet dat álles voor hen gekozen wordt. Ze mogen alles veranderen, als ze maar bijbetalen. Over de kleur van de muren, de deuren, de badkamer en de keuken moeten ze zich geen zorgen meer maken. Anneleen heeft dat allemaal kunnen kiezen en regelen. Ze hadden niet over alles hetzelfde idee, er waren harde woorden gevallen, maar uiteindelijk moest Peter alleen maar ja knikken.

“We kunnen nu ook alle meubels bestellen. De kinderkamer, daar kunnen we later nog voor zorgen.” sprak Anneleen. Oh nee, die kinderkamer, ik moet het haar straks vertellen, dacht Peter bezorgd. “Ja, een eetkamer, een salon en een slaapkamer.” We gaan voor een moderne inrichting, dat komt het beste uit met de muren en de vloer.” “Anneleen, ik hou niet zo van dat moderne. Er is teveel glas in verwerkt.” “OK lieverd, dan zoeken we toch iets met een beetje glas. Je ziet hier ook meubels die minder modern zijn. Kijk eens wat een mooie slaapkamer! Van het bed is alleen bovenbouw en de nachttafeltjes van glas Er zijn enkele led lichtjes in verwerkt. Een verkoper kan ons daarmee helpen. Kijk, daar komt al iemand. Mijnheer, mijn verloofde en ik vinden dit een zeer mooie slaapkamer. Eigenlijk willen we ons huis in datzelfde genre inrichten. Kan u ons daarmee helpen?” “Jazeker, mevrouw, u heeft een zeer goede en mooie keuze gemaakt. En wat u ook moet weten is dat wij van dit type alles in huis hebben. U heeft dus twee vliegen in één klap.” “Dat is toch goed, nietwaar Peter?” “Hmm” “Schatje, kijk eens hier! We vallen vandaag recht in de boter. Wat vind jij van die salon met bijhorende salontafel?” “Wel mooi m…” “We kunnen dadelijk alles bestellen.” “Anneleen, We gaan het in de auto eens bespreken.” “Ok, mijn duifje.”

“Anneleentje, vooraleer we verder rijden, moet ik je nog iets vertellen. Het is niet zo’n prettig nieuws voor jou. Ik zal maar met de deur in huis vallen: het is voor mij onmogelijk om kinderen te hebben.” “Hoe kom je daarbij, ben je ziek?” “Nee hoor, ik ben niet ziek. Ik heb me enkele maanden geleden laten testen. De uitslag was zeer negatief.” “Dat is enorm spijtig voor jou. Ik hou van je en ik trouw met je. Ik vind het heel erg dat je al zolang met dat geheim hebt rondgelopen.” “Je stuurt me dus niet de laan uit!” “Zotteke, natuurlijk niet. Moeten we nu nog lang nadenken over de meubels?” “Nee hoor, kom mee, we gaan de meubels nog eens bekijken en dan kunnen we ze bestellen.”

Ze stapten uit de wagen, gingen terug naar de winkel. De meubels werden zes weken later geleverd.

 

5. Personeelschef en sollicitant

 De situatie

Flynn Mac Donagh gaat solliciteren voor een job als portier. In het Hilton hotel in Brussel is er een vacature. Deze kans laat Flynn niet voorbij gaan. Hij was weerhouden en moest volgende week woensdag op gesprek komen bij de personeelsdirecteur. Flynn was zijn hele leven al portier en uitsmijter geweest. Hij had zijn smetteloos driedelig zwart pak aangetrokken, een gestreken lichtblauw hemd, een blauwe dubbel geknoopte das (in de kleuren van het logo), lichtblauwe sokken en zwarte glimmende schoenen.

”Goedemorgen, mijnheer Mac Donagh Flynn, mijn naam is mevrouw Wolfs. Neemt u toch plaats.” “Dank u wel, mevrouw Wolfs. Het is een eer met u kennis te maken.” “Uit uw curriculum heb ik vernomen dat u in Ierland geboren bent en op jonge leeftijd met uw ouders geëmigreerd naar Amerika. Bent u residentieel in België?” “Ja, mevrouw.” “Mag ik vragen waarom u hier solliciteert?” “Mevrouw, ik heb altijd als portier gewerkt. Het is mijn lust en mijn leven.”

“Mijnheer Mac Donagh, mag ik u even onderbreken? Wilt u misschien wat drinken, koffie of iets fris?” “Mevrouw, een spuitwater graag.”

“Welke talen spreekt u?” “Ik spreek verschillende talen. Of course my mother language because I’m Irish or Britisch, the American language, la langue Français und ich spreche auch Deutsch.” “Dat heeft u perfect gedaan, zelfs met de juiste tongval. Kan u mij ook de skills van een portier opnoemen?” Dat is geen enkel probleem mevrouw. Ik zal de taken in verschillende talen oplijsten.” “U maakt mij nieuwsgierig mijnheer.”

-        Duits:              Ein Portier ist die Visitenkarte des Hotels. Een portier is het visitekaartje van het hotel.

-        Italiaans:         Aprire la porta per i clienti. De deur voor de klanten openen.

-        Frans:              Je m’adresse à la clientèle de l’hôtel dans leur propre langue. Ik spreek de hotelgasten graag aan in hun
                        eigen taal.

-        Spaans:           Los huéspedes se sientan bienvenidos al instante. De gasten voelen zich meteen welkom.

-        Pools:              Zawsze przyjazny. Steeds vriendelijk zijn.

-        Fins:                Hän muistuttaa vieraita, jossa vastaanotto sijaitsee. Hij wijst hen de weg naar de receptie.

-        Engels:            He should mediate at an altercation. Hij moet bemiddelaar zijn bij een woordenwisseling.

“Mevrouw, ik wil niet overdrijven, maar deze zeven talen spreek ik vloeiend.”

“Mijnheer Mac Donagh, wanneer kan u beginnen? U krijgt uiteraard ook de aangepaste kleding en u heeft uw huiswerk gemaakt, de kleding die u draagt zijn in de kleuren van het hotel. Mijnheer Flynn Mac Donagh, u heeft een diepe indruk op me gemaakt. Zien wij elkaar de eerste van de volgende maand?” “Daar mag u op rekenen, mevrouw Wolfs.” “Tot ziens mijnheer.” “Tot ziens mevrouw.”

 

6. De boze buurman en de bal van de jongens

 De situatie

Lowie, een rustige zeventiger, ligt rustig in zijn tuinzetel. Hij heeft de krant vast en kijkt gelukzalig naar zijn mooi verzorgde tuin. Hij had het nog maar net gedacht en er vloog een bal recht in zijn rozenperk. Hij bleef rustig zitten en deed alsof hij niets gezien had en hij hoorde (!) ook zeer slecht.

“Buurman … buurman … onze bal ligt in uw tuin. Buuuurman, wij kunnen niet meer spelen. Geeft u onze bal terug of moeten wij hem komen halen? Mijnheer, mijnheer, mijnheeeer … Mijnheer buurman krijgen wij alsjeblieft onze bal terug, hij is per ongeluk in uw tuin gevlogen in plaats van in de goal.” “Ok, ok … ik kom al en zaag de oren niet van mijn hoofd.” “Wij hebben dat niet expres gedaan, het spijt ons.”

Lowie sloft terug naar zijn zetel op het terras. Hij zit nog niet goed of … daar vliegt de bal opnieuw in zijn rozenstruik. Oh verdorie, daar gaan we weer. Die jongens zouden eens goed gestraft moeten worden.

“Buurman … buurman, krijgen wij alsjeblieft onze bal weer terug?” “Jongens, dit is al de tweede keer dat die bal in mijn rozen vliegt. Ze liggen allemaal plat. Ik heb er verdorie zoveel werk aan gehad en jullie maken dat zomaar stuk.” “Mijnheer, het is echt onze bedoeling niet geweest. Jochen is geen goede keeper.” “Michael dan ga jij maar in de goal staan. En ik verwittig jullie: als de bal nog één keer in mijn tuin vliegt, dan kunnen jullie naar de bal fluiten. Ik hou de mijn bal voor mezelf.” “Dat mag niet heeft onze papa gezegd, die bal is van ons en u steelt die.” “Dan zit er niets anders op dat jullie de politie bellen, stelletje snotapen.” “Wij zijn geen apen, mijnheer en we hebben ook geen snot.” “Jullie zijn verwittigd, nog één keer en het spelletje is gedaan.”

En als je dacht dat het geen derde keer zou gebeuren, dan … nog geen tien minuten later …

“Mijnheer buurman, krijgen wij onze bal terug?” “Neen!” “Alsjeblieft, lieve mijnheer buurman?” “Neen! Ik had jullie verwittigd. Bel de politie maar. Waarom spelen jullie niet op het speelplein?” “Omdat we niet mogen van ons mama.” “Ah zo, ze heeft wel gezegd dat jullie de bal dan maar in mijn rozentuin moesten sjotten!” “Nee mijnheer buurman, we moesten heel voorzichtig zijn.” “Dat is dan zeer spijtig voor jullie twee. Dag jongetjes, wie niet wil luisteren, moet maar voelen.”

Lowie nam de bal terug uit zijn mooi bloemenperkje en ging rustig naar binnen. De jongens liepen huilend naar hun mama.

Een week later speelden ze op het speelpleintje met hun bal.